Bijgewerkt: 19.10. 2026

Indianen Horoscoop

De Indiaanse horoscoop is gebaseerd op een ander principe dan we gewend zijn – het karakteriseert dierkenmerken aan mensen. Het komt voort uit groot respect voor de natuur. Het laat zien welke zichtbare (en ook verborgen) eigenschappen we kregen op de dag dat we werden geboren en die we de rest van ons leven zullen dragen. De Indiaanse horoscoop, zoals die van ons, is verdeeld in twaalf delen – twaalf totems in de vorm van dieren. Overeenkomstig met uw geboortedatum ontdekt u met welk soort u zich kunt identificeren.

Indianen Horoscoop

De indiaanse horoscoop koppelt ieder mens aan een dier op basis van de geboortedatum. Het jaar is verdeeld in twaalf perioden die bijna samenvallen met de tekens van de dierenriem, alleen vindt u hier geen Ram of Leeuw, maar een Valk, een Bever, een Beer of een Wolf. Dat dier heet uw totem. Het zegt iets over uw karakter: hoe u handelt, waar u kracht uit haalt en waar u kwetsbaar bent.

Waar de indiaanse horoscoop vandaan komt

Het gaat om een modern systeem, niet om een eeuwenoude stamkalender. In de vorm die we nu kennen werd het in 1980 beschreven door Sun Bear en Wabun, in een boek over het zogeheten medicijnwiel. Zij lieten zich inspireren door de natuursymboliek van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika. Net als bij de Chinese horoscoop gaat het om een karakterbeeld waarin veel mensen zichzelf herkennen. In het oorspronkelijke boek staan bij sommige perioden andere dieren, bijvoorbeeld de steur in plaats van de zalm of de poema in plaats van de wolf. In Europa heeft de variant postgevat die wij hier ook gebruiken.

Zo vindt u uw totemdier

U hebt alleen uw geboortedatum nodig. Zoek hieronder de periode waarin uw verjaardag valt, dan kent u uw totem. Bent u op de grens van twee perioden geboren, lees dan beide dieren en kies het dier waarin u zich het meest herkent. Elke periode komt overeen met een maand van het natuurlijke jaar en draagt in het oorspronkelijke boek een naam naar wat er op dat moment in het landschap gebeurt: de Valk hoort bij de Maan van de ontluikende bomen, de Gans bij de Maan van de vernieuwing van de aarde.

Clans en elementen

De dieren zijn verdeeld over vier clans, die net als bij de tekens van de dierenriem overeenkomen met de elementen:

  • clan van de Dondervogel (vuur): Valk, Zalm, Uil
  • clan van de Schildpad (aarde): Bever, Beer, Gans
  • clan van de Vlinder (lucht): Hert, Kraai, Otter
  • clan van de Kikker (water): Specht, Slang, Wolf

Mensen uit dezelfde clan hebben een vergelijkbaar tempo en begrijpen elkaar meestal zonder veel uitleg. Vuur en lucht wakkeren elkaar aan, aarde en water geven dingen tijd en een vaste vorm.

Valk (21 maart – 19 april)

De valk jaagt vanuit de hoogte en ziet zijn prooi op een afstand waarvoor een mens een verrekijker nodig zou hebben. In zijn stootvlucht is de slechtvalk het snelste dier ter wereld. In de verhalen staat de valk voor macht, de hemel en nobelheid.

Valkmensen zijn dapper en scherpzinnig en komen al in actie terwijl anderen nog twijfelen. Veel van hen zijn geboren leiders. Compromissen sluiten gaat hun moeilijk af: als ze iets willen, willen ze het meteen, en het wordt lastig zodra ze iemand tegenkomen die net zo vastberaden is. In de liefde zijn ze hartstochtelijk en gul.

Bever (20 april – 20 mei)

De bever velt bomen met tanden die zijn hele leven blijven doorgroeien en bouwt dammen waarachter hele vijvers ontstaan. Hij staat voor vlijt en vakmanschap.

Mensen met de Bever als totem zijn actief, praktisch en vriendelijk. Ze voelen zich het best in een vertrouwde omgeving en in hun eigen huis, waar ze altijd wel iets aan te verbeteren vinden. In hun werk zijn ze ijverig en volhardend, en ze weten geld opzij te zetten. Hun zwakke punt is dat ze helemaal opgaan in wat ze doen: is de Bever met zijn project bezig, dan heeft hij geen oog meer voor zijn omgeving en voor de mensen die op hem wachten.

Hert (21 mei – 20 juni)

Het hert werpt elk jaar zijn gewei af, en tegen het einde van de zomer is er een nieuw gegroeid. Deze heer van de bossen gold in legendes als een heilig dier, drager van levenskracht, wijsheid en waardigheid.

Mensen met het Hert als totem zijn elegant en zachtaardig, en gevoeliger dan ze laten merken. Ze kunnen net zo goed geven als nemen, maken gemakkelijk kennis en betoveren hun omgeving met humor en welbespraaktheid. Het zijn goede diplomaten. Ze vervelen zich alleen snel en vervallen soms tot zelfgenoegzaamheid en oppervlakkigheid in relaties, waarbij bewondering hen meer interesseert dan echte nabijheid.

Specht (21 juni – 21 juli)

De specht roffelt op een boomstam om met soortgenoten te communiceren en zijn territorium af te bakenen. Hij is het symbool van liefde, nederigheid en zelfopoffering.

Iemand met het karakter van de Specht is meestal een trouwe, toegewijde vriend, opmerkzaam en meelevend. Hij helpt met buitengewoon veel geduld, vaak ten koste van zichzelf. In relaties kan zijn zorg doorschieten, en de partner ervaart die dan soms als controle. De Specht kan er alleen niets aan doen: hij laat zich vooral door zijn gevoel leiden en moet weten dat iemand hem niet kan missen.

Zalm (22 juli – 21 augustus)

De zalm zwemt tegen de stroom in, springt over stroomversnellingen en keert terug naar de rivier waar hij uit het ei kwam. Weinig dieren vechten zo hard, en de traditie schrijft de mensen van zijn totem hetzelfde karakter toe.

Zalmen hebben veel persoonlijke charme, die vertrouwen en sympathie wekt. Ze zijn zelfverzekerd, nemen graag de leiding en beleven relaties heel intens. Eerlijkheid gaat bij hen boven alles. Wie tegen hen liegt of vals speelt, is snel afgeschreven, een tweede kans komt er niet. Hun zwakke kant is trots en de behoefte om het laatste woord te hebben.

Beer (22 augustus – 21 september)

Aan het eind van de zomer eet de beer zich onvermoeibaar vol aan bessen en noten, om een reserve voor de winter op te bouwen. Veel noordelijke volken eerden hem als bewaker van het bos en symbool van enorme kracht.

Iemand met de Beer als totem herkent u op het eerste gezicht waarschijnlijk niet. Hij is bescheiden en praktisch en werkt liever dan dat hij praat. Komt hij echter in de problemen, dan wordt zijn verborgen kracht wakker. Beren zijn geduldig en worden vaak goede leraren. Ze kunnen alleen ook koppig zijn, en voor zichzelf en anderen te streng.

Kraai (22 september – 22 oktober)

Kraaien en hun verwanten de raven behoren tot de slimste vogels: ze lossen puzzels op en onthouden menselijke gezichten. In de verhalen van de volken aan de noordwestkust van Amerika is het de raaf die als schelm het licht naar de wereld bracht.

Wie de Kraai als totem heeft, is evenwichtig en heeft gevoel voor schoonheid en rechtvaardigheid. Kraaien leven vaak wat op zichzelf, maar op het juiste moment komen hun sociale talenten naar boven. Over een antwoord denken ze liever eerst goed na, wat anderen hun soms als besluiteloosheid aanrekenen. Ze reizen graag en hebben een hekel aan alles wat hun vrijheid beperkt.

Slang (23 oktober – 22 november)

Een slang vervelt regelmatig en komt telkens vernieuwd uit haar oude huid tevoorschijn. Zo werd ze het symbool van wijsheid en intuïtie, en van het vermogen om opnieuw te beginnen.

Slangmensen zijn eerlijk en direct, soms tot het onverbiddelijke toe. Materiële zaken zeggen hun weinig, net als compromissen en uitvluchten. Ze zien eerder twee uitersten, goed en kwaad, en niets daartussen. Op weg naar hun doel zijn ze zeer volhardend. In relaties zijn ze hartstochtelijk, maar ook wisselend van stemming, en hun gevoelens houden ze lang verborgen.

Uil (23 november – 21 december)

De uil jaagt 's nachts, vliegt vrijwel geruisloos en kan zijn kop ver over zijn schouder draaien. Aan de ene kant staat hij voor wijsheid, aan de andere kant brengen mensen hem al eeuwenlang in verband met onheil.

Mensen met de Uil als totem staan open voor alles wat nieuw is, zijn eerlijk en hebben een sterke wil. Voor hun naasten offeren ze zich op, zelfs als dat ten koste gaat van hun eigen geluk. Ze kunnen een geheim bewaren, en daarom komen anderen vol vertrouwen naar hen toe. Hun privéleven is echter vaak rommelig, en zorgen in de liefde blijven hun niet bespaard. Hun zwakke punt is trots.

Gans (22 december – 19 januari)

Ganzen trekken duizenden kilometers ver in V-formatie en wisselen elkaar aan kop af, zodat de hele groep krachten spaart. In de indiaanse horoscoop is de Gans het symbool van energie, ijver en ambitie.

Die eigenschappen krijgen ook de mensen van deze totem mee. Ze verrassen met hun vastberadenheid en uithoudingsvermogen, leggen de lat hoog en werken stap voor stap naar hun doel toe. Snelheid is niet hun sterkste kant. Op onverwachte gebeurtenissen reageren ze traag, en snelle beslissingen liggen hun niet. Emotioneel zijn ze vaak gesloten, maar wie hun hart wint, heeft hen voor het leven.

Otter (20 januari – 18 februari)

Otters glijden van modderige oevers en door de sneeuw en spelen met steentjes. De indiaanse horoscoop ziet in hen een symbool van een nieuw begin, verandering ten goede en hoop.

Ottermensen hebben elan en eigen ideeën, en ze werken graag. Obstakels schrikken hen niet af, ze zien er een kans in om iets anders aan te pakken. Hun gevoel voor humor verliezen ze in geen enkele situatie, en daarom zijn ze ook in slechte tijden ideale metgezellen. In relaties heeft de Otter wel een zwakke plek: hij verdraagt geen onrecht en is geneigd tot jaloezie, die hij lang achter een grap verstopt.

Wolf (19 februari – 20 maart)

De wolf leeft in een roedel met hechte banden, en de hele familie zorgt voor de jongen. In Europese sprookjes stond hij voor het kwaad, in de verhalen van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika is hij juist een gerespecteerde gids en leraar.

Wie onder de Wolf geboren is, lijkt op het eerste gezicht zachtaardig, bijna verlegen. Wolven leven vanuit hun gevoel en hechten veel waarde aan liefde. Een gelukkige Wolf is lief, gul en hartstochtelijk en doet alles voor zijn roedel. Wordt hij afgewezen, dan lijdt hij zwaar en kan hij soms zelfs wraakzuchtig worden. Wordt de druk van buitenaf te groot, dan trekt hij zich terug in fantasie, muziek of kunst.